Het favoriete peuterboek van Marilyne, Mia, Lotte, Leentje, Jaan, Ine, Michael en Alexandra
Marilyne Watteeuw – De lieve krokodil (Leo Timmers)
Bij de geboorte van mijn zoontje kreeg ik dit boek maar liefst drie keer van collega’s. Hij is nu 2,5 jaar en ik lees het nog steeds om de twee dagen voor. Het blijft een favoriet.
Mia Kluysse – Delen! (Yusuke Yonezu)
Tijdens vormingen gebruik ik dit boek om critici te overtuigen. Het legt een abstract idee uit via een stapelverhaal. Bovendien is het erg taalrijk: je leert over kleuren, dieren en eten. Er zit ongelooflijk veel in!
Lotte Van de Werf – Mama kwijt (Chris Haughton)
Dit boek heb ik ontelbare keren voorgelezen aan mijn kinderen. Ze zijn nu 9 en 11 en ik lees hen nog elke avond voor, soms ook uit dit boek. Het is een spelletje geworden dat we samen delen.
Leentje Gorissen – Handjes draaien (Kapitein Winokio)
Wij zijn een muzikale familie en zongen veel toen ik kind was. Deze cd zet ik vaak op in de auto met mijn neefjes en nichtjes. Liedjes kunnen het taalniveau van kinderen snel omhoog tillen.
Jaan Tuymans – Citroen is sip (Emma Virke)
Dit boek heeft zachte, mooie illustraties en is interactief: je kan er bijvoorbeeld je vinger door steken. Het verrassende einde zorgt dat kinderen het telkens opnieuw willen lezen.
Ine Janssen – Groot! (Aurore Petit)
Mijn dochter is 2 jaar en herkent zichzelf helemaal in het hoofdpersonage. Ze is klein, maar voelt zich al groot. Ik lees het elke dag meerdere keren voor. De auteur gebruikt ook prachtige, levendige kleuren.
Michael Cornelissen – Waar is de blaadjesdief? (Alice Hemming)
Een zeer toegankelijk boek met flapjes. Je leert over verschillende dieren, over de wind, en kinderen kunnen actief meeblazen en zoeken.
Alexandra Claus – Ik ben blij dat jij er bent (Eva Mouton)
Dit boek kwam net uit toen mijn dochter werd geboren. Het nodigt uit tot intieme interactie: kriebelen, op de armen tekenen… Het was een tijdlang ons vaste avondritueel.