20 jaar Boekstart: groeien in de stad

Boekstart steden

Boekstart bestaat in 2025 maar liefst 20 jaar! Wat begon als Boekbaby’s is uitgegroeid tot een toonaangevend leesbevorderingsprogramma in Vlaanderen en Brussel. Ter gelegenheid van dit jubileum duiken we in de geschiedenis én toekomst van Boekstart. In een reeks interviews spreken we met de mensen die het programma mee vormgaven. Deze keer: bibliotheekmedewerkers uit Mechelen, Aalst, Hasselt, Genk, Antwerpen, Oostende, Brugge en Turnhout over Boekstart in een stedelijke context.

Waarom zijn jullie ingestapt in Boekstart?

Jaan Tuymans (Mechelen): ‘Boekstart liep al in Mechelen toen ik er begon te werken. Het jeugdteam droeg het project heel sterk. Toen we bij het stadsbestuur aanklopten om de financiering verder te zetten, kregen we ook vlot een positief antwoord. Het doel was vooral om meer jonge gezinnen naar de bibliotheek toe te leiden. Dat was voordien niet evident. We hebben bewust geïnvesteerd in babyboekjes en meubilair, en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Boekstart is voor ons ook een manier om kwetsbare gezinnen te bereiken, zelfs al voelt ons nieuwe gebouw - een statig gerenoveerd klooster - voor sommigen als een drempel.’

Alexandra Claus
Alexandra Claus

Alexandra Claus (Utopia Aalst): ‘In Aalst zijn we pas sinds 2025 gestart en ik ben meteen trekker geworden. We zijn oprecht superblij dat het stadsbestuur na al die jaren eindelijk is ingestapt. Je voelt het enthousiasme bij iedereen. Bij onze eerste Boekstart-dag stonden de ouders zelfs aan te schuiven. Dat bevestigt voor mij waarom we dit doen: er is een enorme nood aan plekken in de stad waar ouders met jonge kinderen welkom zijn.’

Ine Janssen (Hasselt): ‘In Hasselt bestaat Boekstart sinds 2013. Ik was er niet van bij het begin bij, maar volg het al jaren mee op. Vorige week hebben we onze engagementsverklaring vernieuwd. Wat voor mij opvalt, is hoe de houding veranderd is. In het begin moesten we verantwoorden waarom een bibliotheek zich richt op baby’s en peuters. Vandaag is dat een vanzelfsprekende beleidskeuze geworden.’

Mia Kluysse (Oostende): ‘Wij doen we al lang mee. Voor mij zijn er daarbij altijd twee sporen geweest: de Boekstart-pakketten en alle activiteiten die de bibliotheek zelf organiseert. Dat aanbod in de bib is een succesverhaal: ouders en kleine kinderen komen, blijven hangen, doen goed mee. Alleen zie je dat niet altijd terug in de cijfers van de afgehaalde pakketten.’

Bij onze eerste Boekstart-dag stonden de ouders zelfs aan te schuiven. Dat bevestigt waarom wij dit doen: er is een enorme nood aan plekken in de stad waar ouders met jonge kinderen welkom zijn.

Alexandra Claus - Utopia Aalst

Hoe lukt het om gezinnen te bereiken in een stedelijke context?

Mia Kluysse (Oostende): ‘Dat is bij ons voor een groot stuk een praktische uitdaging. De bib in Oostende is moeilijk bereikbaar zonder auto. De wijkbibliotheken zijn beperkt open en niet iedereen vindt even gemakkelijk de weg ernaartoe; ook dat speelt mee. We hebben bovendien een zeer diverse bevolking, met kortgeschoolde ouders die vrij teruggetrokken zijn. Het is niet evident om hen naar de bib te krijgen. Als ze de babyboeken ontvangen, weten ze bovendien niet altijd wat ze ermee kunnen doen.’

Michael Cornelissen (Turnhout): ‘Turnhout is geen grote stad, maar onze bevolking is de voorbije tien jaar wel sterk veranderd en diverser geworden, ook met expats uit Eindhoven en Tilburg. We werken nauw samen met Huis van het Kind, dat de brug maakt naar consultatiebureaus. Zonder die samenwerking zouden we veel gezinnen missen.’

Leentje Gorissen
Leentje Gorissen

Jaan Tuymans (Mechelen): ‘We werken samen met drie bureaus van Kind en Gezin. We maakten ook een eenvoudige plattegrond met de weg naar de bibliotheek vanuit die consultatiebureaus. Dat lijkt een klein gebaar, maar het helpt gezinnen om die stap te zetten.’

Leentje Gorissen (Genk): ‘Zichtbaarheid is cruciaal. Kaartjes in consultatiebureaus met de weg naar de bib maken al een verschil, maar herkenning is minstens even belangrijk. Als ouders bibliotheekmedewerkers al gezien hebben op een peutermoment in de wijk of in een Huis van het Kind, wordt de stap naar de bib kleiner. Door als bibliotheek ook naar buiten te treden, verlaag je de drempel.’

Alexandra Claus (Utopia Aalst): ‘Bij ons heeft het tijd gekost om dat netwerk goed op poten te zetten. We zijn van bij de start met iedereen rond de tafel gaan zitten: de bibliotheek, het Huis van het Kind, consultatiebureaus, vierdewereldorganisatie KOALA, kinderdagverblijven... We willen alle partners meekrijgen in het verhaal.’

Zichtbaarheid is cruciaal. Kaartjes in consultatiebureaus met de weg naar de bib maken al een verschil, maar herkenning is minstens even belangrijk. Als ouders bibliotheekmedewerkers al gezien hebben op een peutermoment in de wijk of in een Huis van het Kind, wordt de stap naar de bib kleiner. Door als bibliotheek ook naar buiten te treden, verlaag je de drempel.

Leentje Gorissen - Genk

Waar letten jullie op als ouders het Boekstart-pakket komen afhalen op 15 maanden?

Alexandra Claus (Aalst): ‘Dat moment is cruciaal. Ik zeg het ook tegen collega’s: kom van achter de balie, toon het pakket en ga er even bij zitten.

Michael Cornelissen
Michael Cornelissen

Idealiter nestelen ouders zich even met hun kind in de zetel met een boek. Zo wordt het afhaalmoment een ruimere kennismaking met de bib.’

Michael Cornelissen (Turnhout): ‘Het onthaal is inderdaad hét moment om gezinnen te prikkelen, maar dat is ook meteen de uitdaging. Soms is er te weinig tijd of staat er niet de juiste collega aan de balie. In een drukke werking is het niet evident om dat ideale onthaal telkens waar te maken.’

Ine Janssen (Hasselt): ‘Dat herkennen wij. Niet elke collega draagt het verhaal op dezelfde manier uit, en dat geldt ook voor vrijwilligers in consultatiebureaus. Je kan veel afspraken maken, maar uiteindelijk staat of valt het met de mensen die op dat moment tegenover de ouders staan. Het gaat ook over gastvrijheid in de brede zin. Er is een verschoningstafel in de bib en het is ok als een baby huilt of als iemand borstvoeding geeft. Er zijn weinig publieke plekken waar je gewoon even mag verblijven. Daar is de bibliotheek vrij uniek in.’

Het onthaal is inderdaad hét moment om gezinnen te prikkelen, maar dat is ook meteen de uitdaging. Soms is er te weinig tijd of staat er niet de juiste collega aan de balie. In een drukke werking is het niet evident om dat ideale onthaal telkens waar te maken.

Michael Cornelissen - Turnhout

Jaan Tuymans (Mechelen): ‘Het kleine team van onze jeugdbib heeft een eigen balie. Dat maakt het makkelijker om iedereen mee te krijgen. Er staat altijd iemand aan de balie die Boekstart goed kent en de boodschap met overtuiging brengt.’

Leentje Gorissen (Genk): ‘Een collega zei ooit tegen mij: je weet niet hoeveel moeite het kost om met een baby op pad te gaan - aankleden, de buggy nemen, de trappen of lift trotseren. Maak er dus een moment van, geen snelle handeling. Dat heb ik concreet naar collega’s vertaald in een checklist: dit is wat ik van je verwacht wanneer je een Boekstart-pakket uitdeelt. Dat mag je benoemen.’

Lotte Van de Werf (Antwerpen): ‘In Antwerpen werken we in een specifieke context. Gezinnen krijgen hun beide Boekstart-pakketten in het consultatiebureau en niet in de bib, om meer kwetsbare gezinnen te bereiken. De Huizen van het Kind zitten wel vaak vlakbij of zelfs in hetzelfde gebouw als de bib, wat het makkelijk maakt om door te verwijzen. Tegelijk blijft het een uitdaging in een grote organisatie om iedereen mee te krijgen in dat warme onthaal, zeker met jobstudenten en personeelswissels.’

Ine Janssen
Ine Janssen

Niet elke collega draagt het verhaal op dezelfde manier uit, en dat geldt ook voor vrijwilligers in consultatiebureaus. Je kan veel afspraken maken, maar uiteindelijk staat of valt het met de mensen die op dat moment tegenover de ouders staan.

Ine Janssen - Hasselt

Organiseren jullie ook Boekstart-activiteiten doorheen het jaar?

Lotte Van de Werf
Lotte Van de Werf

Lotte Van de Werf (Antwerpen): ‘Ja, en zodra we iets organiseren voor baby’s, peuters of kleuters zit het meteen vol. Soms zijn er zoveel kinderen dat kwalitatief voorlezen moeilijk wordt - de laatste keer waren er bijvoorbeeld 35 baby’s. Dat is eigenlijk te veel. Daarom rollen we nu vaste Boek&Baby-momenten uit in al onze filialen. Het is ook een weerspiegeling van de bredere mindset in de maatschappij: ouders zijn vandaag echt op zoek naar dingen om samen te doen met hun kind. We koppelen ook altijd de collectie aan de activiteit, zodat ouders kennismaken met boeken, taal en verhalen.’

Alexandra Claus (Aalst): ‘Wij hebben elke maand een gratis Boekstart-activiteit. Soms werken we met inschrijvingen en dan is het altijd volzet. Die activiteiten organiseren we met een mix van collega’s, vrijwilligers en partners, omdat we het alleen niet kunnen dragen.’

Michael Cornelissen (Turnhout): ‘We organiseren ook maandelijkse Boekstart-momentjes, met een vrijwilliger die dat heel goed doet, ondersteund door een aantal collega’s. Maar als er iemand wegvalt, is dat echt een zoektocht. We gaan ook voorlezen bij peuterspeelmomenten in de stad, maar dat gebeurt meer ad hoc.’

Jaan Tuymans (Mechelen): ‘Wij zijn ook gestart met voorlezen in kinderdagverblijven. Daarvoor zochten we vrijwilligers en de respons was groot. Vrijwilligers vinden is bij ons vaak geen probleem. Het is de kwaliteitscontrole die extra werk vraagt.’

Zodra we iets organiseren voor baby’s, peuters of kleuters zit het meteen vol. Het is ook een weerspiegeling van de bredere mindset in de maatschappij: ouders zijn vandaag echt op zoek naar dingen om samen te doen met hun kind. We koppelen altijd de collectie aan de activiteit, zodat ouders kennismaken met boeken, taal en verhalen.

Lotte Van de Werf - Antwerpen

Mia Kluysse (Oostende): ‘We organiseren twee keer per jaar een Boekstart-dag waarop we ook activiteiten door derden inplannen.

Mia Kluysse
Mia Kluysse

Daarnaast hebben we elke eerste zaterdag van de maand een Boekstart- uurtje. Het boek blijft daarbij altijd centraal staan. De boeken zien wij als een catalogus van activiteiten: spelletjes, liedjes, kijken, kriebelversjes, korte verhalen. Ook de kamishibai (vaak met zelfgemaakte platensets) zetten we vaak in. We zetten vooral in op de kleinsten, maar voorzien ook altijd iets voor de oudere peuters. En vergeet niet: het is een ontmoetingsmoment. Ouders kunnen babbelen en de kinderen samen spelen. We laten vooral een voorbeeldrol zien aan de ouders: wat wij hier doen, kunnen jullie ook thuis verderzetten.’

Ine Janssen (Hasselt): ‘Wij werken ook met muziek en zintuiglijke prikkels voor de allerkleinsten. Belangrijk is dat het team voeling heeft met de doelgroep - sommige collega’s hebben echt een connectie met baby’s. Het succes staat of valt niet alleen met het uitdelen van de pakketten, maar met alles wat eromheen gebeurt. Het gaat uiteindelijk om de boodschap: ouders laten ervaren dat lezen belangrijk is, taal stimuleren en momenten creëren samen met hun kind.’

Elke eerste zaterdag van de maand hebben we een Boekstart-uurtje. Het boek staat altijd centraal en dient als catalogus van activiteiten. Ouders kunnen babbelen en de kinderen samen spelen. We laten vooral een voorbeeldrol zien aan de ouders: wat wij hier doen, kunnen jullie ook thuis verderzetten.

Mia Kluysse - Oostende

Wat zijn de grootste uitdagingen?

Alexandra Claus
Marilyne Watteeuw

Marilyne Watteeuw (Brugge): ‘Onze bibliotheek neemt al tien jaar deel aan Boekstart en we vinden het moeilijk om partners warm te houden. Een eerste infosessie lukt wel, maar hoe zorg je dat ze het een halfjaar later nog onthouden? De welzijnspartners hebben nauwelijks ruimte om hier actief mee bezig te zijn. We proberen te investeren in zichtbaarheid, bijvoorbeeld door affiches te hangen, en kleine momenten van waardering voor de vrijwilligers te organiseren; maar dat vraagt tijd. Eén consultatiebureau organiseert wel al samenkomsten voor de vrijwilligers in de bibliotheek. Dit jaar kwamen zelfs een verpleegkundige en de dokter mee!’

Jaan Tuymans (Mechelen): ‘Het is moeilijk om partners betrokken te houden en tegelijk zelf structureel tijd te voorzien. We spreken jaarlijks kindbegeleiders in opleiding aan en geven interactieve voorleessessies. Maar met een klein team, concurrentie van andere evenementen en een beperkt budget is het lastig om Boekstart te laten groeien. Het personeelsverloop bij Kind en Gezin maakt samenwerken ook moeilijk en de vrijwilligers verzamelen lukt vaak niet. We blijven ons inzetten, maar de middelen en tijd zijn beperkt.’

Alexandra Claus (Aalst): ‘Dat klinkt herkenbaar: onze partners zitten op hun tandvlees en het Huis van het Kind is overbevraagd. Om vrijwilligers van het consultatiebureau even in de watten te leggen, deden wij dit jaar een infosessie in de bib met een broodjeslunch en een rondleiding. Nadien was er een sessie met het Digipunt en die combinatie was een groot succes. Zo halen wij onze partners actief naar ons toe. Je moet wel veel geven: je moet zorgen dat je overal, op elke infomarkt bent, zodat ze na een tijd je naam en gezicht kennen.’

Ine Janssen (Hasselt): ‘We hadden een jarenlange traditie om een uitstap te doen met de Boekstart-vrijwilligers. Daar hebben we nu het budget niet langer voor, maar we denken aan kleinere ontmoetingen met onze partners, zoals een rondleiding en koffie in de bib. Ook doen we een toer langs kinderdagverblijven om voorlezen te stimuleren; omgekeerd vragen we of ze ook eens naar de bib komen om te zien hoe ze met de collectie kunnen werken.’

Onze bibliotheek neemt al tien jaar deel aan Boekstart en we vinden het moeilijk om partners warm te houden. Een eerste infosessie lukt wel, maar hoe zorg je dat ze het een halfjaar later nog onthouden?

Marilyne Watteeuw - Brugge

Wat is de impact van Boekstart in jullie bibliotheek of stad?

Lotte Van de Werf (Antwerpen): ‘We hebben een opleidingstraject rond voorlezen voor kinderdagverblijven, zodat de bib niet zelf overal langs hoeft te gaan. Er loopt ook een mooi project voor ouders in kwetsbare situaties die Nederlands leren: twaalf weken komen zij samen met hun baby naar de bib om te praten, lezen en spelen; zelfs zonder gedeelde taal. Dat zijn momenten waarop je echt voelt dat je het verschil maakt. Voor deze gezinnen is de bib één van de weinige plekken om elkaar te ontmoeten en een netwerk op te bouwen.

Ons beleid zet sterk in op kinderen en jongeren, en we hebben Boekstart-medewerkers op verschillende niveaus in de organisatie, wat veel kansen biedt. Het is ook een groeiverhaal: drie jaar geleden hadden we zelfs nog geen Boekstart-hoek in Permeke. Die investeringen zijn nodig. Boekstart sluit bovendien aan bij een bredere maatschappelijke beweging rond het belang van de eerste 1000 dagen: het besef dat voorlezen aan baby’s en peuters zinvol is, leeft sterk en Boekstart helpt om dat verder in beweging te zetten.’

Marilyne Watteeuw (Brugge): ‘Boekstart is een positief en breed gedragen verhaal. Het belang van taal bij jonge kinderen wordt door iedereen erkend, waardoor het een sterke kapstok vormt om partnerschappen op te starten. Die samenwerkingen hebben ook op andere vlakken binnen de bib een meerwaarde. Zo zijn we gestart met een Boekstart-project in de kinderafdeling van twee Brugse ziekenhuizen en lopen er intussen gesprekken met andere afdelingen.’

Jaan Tuymans
Jaan Tuymans

Jaan Tuymans (Mechelen): ‘Dankzij Boekstart komen jonge gezinnen die anders nooit naar de bib zouden gaan, nu wél langs. In het begin nemen ze soms nog geen boeken mee, maar na uitleg over het belang van voorlezen doen ze dat later wel. Boekstart heeft ook gezorgd voor een breder aanbod aan kwalitatieve boeken en activiteiten voor baby’s en peuters. Daarnaast is de samenwerking tussen de bib en de Huizen van het Kind en kinderdagverblijven sterk gegroeid: voordien hadden we nooit gedacht om in gesprek te gaan met consultatiebureaus. Het is een prachtig project dat moet blijven bestaan en zeker geen vanzelfsprekendheid mag worden!’

Dankzij Boekstart komen jonge gezinnen die anders nooit naar de bib zouden gaan, nu wél langs. In het begin nemen ze soms nog geen boeken mee, maar na uitleg over het belang van voorlezen doen ze dat later wel. Daarnaast is de samenwerking tussen de bib en de Huizen van het Kind en kinderdagverblijven sterk gegroeid: voordien hadden we nooit gedacht om in gesprek te gaan met consultatiebureaus.

Jaan Tuymans - Mechelen
grote steden boekentips

Het favoriete peuterboek van Marilyne, Mia, Lotte, Leentje, Jaan, Ine, Michael en Alexandra

Marilyne Watteeuw – De lieve krokodil (Leo Timmers)
Bij de geboorte van mijn zoontje kreeg ik dit boek maar liefst drie keer van collega’s. Hij is nu 2,5 jaar en ik lees het nog steeds om de twee dagen voor. Het blijft een favoriet.

Mia Kluysse – Delen! (Yusuke Yonezu)
Tijdens vormingen gebruik ik dit boek om critici te overtuigen. Het legt een abstract idee uit via een stapelverhaal. Bovendien is het erg taalrijk: je leert over kleuren, dieren en eten. Er zit ongelooflijk veel in!

Lotte Van de Werf – Mama kwijt (Chris Haughton)
Dit boek heb ik ontelbare keren voorgelezen aan mijn kinderen. Ze zijn nu 9 en 11 en ik lees hen nog elke avond voor, soms ook uit dit boek. Het is een spelletje geworden dat we samen delen.

Leentje Gorissen – Handjes draaien (Kapitein Winokio)
Wij zijn een muzikale familie en zongen veel toen ik kind was. Deze cd zet ik vaak op in de auto met mijn neefjes en nichtjes. Liedjes kunnen het taalniveau van kinderen snel omhoog tillen.

Jaan Tuymans – Citroen is sip (Emma Virke)
Dit boek heeft zachte, mooie illustraties en is interactief: je kan er bijvoorbeeld je vinger door steken. Het verrassende einde zorgt dat kinderen het telkens opnieuw willen lezen.

Ine Janssen – Groot! (Aurore Petit)
Mijn dochter is 2 jaar en herkent zichzelf helemaal in het hoofdpersonage. Ze is klein, maar voelt zich al groot. Ik lees het elke dag meerdere keren voor. De auteur gebruikt ook prachtige, levendige kleuren.

Michael Cornelissen – Waar is de blaadjesdief? (Alice Hemming)
Een zeer toegankelijk boek met flapjes. Je leert over verschillende dieren, over de wind, en kinderen kunnen actief meeblazen en zoeken.

Alexandra Claus – Ik ben blij dat jij er bent (Eva Mouton)
Dit boek kwam net uit toen mijn dochter werd geboren. Het nodigt uit tot intieme interactie: kriebelen, op de armen tekenen… Het was een tijdlang ons vaste avondritueel.