Boekstart voor kleuters: een volgende stap
De aandacht voor boeken stopt niet na de peutertijd. Met Boekstart voor kleuters wil Iedereen Leest leesplezier en taalontwikkeling verder stimuleren wanneer kinderen naar school gaan. Na twee pilootjaren en twee jaar met een groepsaankoop kwam er groen licht om het derde pakket de komende vier jaar verder te ontwikkelen dankzij middelen uit de Vlaamse actienota Ieder kind taalheld.
Zoë Gulinck, verantwoordelijke voor monitoring en evaluatie, lichtte de werking en cijfers toe. Boekstart voor kleuters draait om meer dan een boek uitdelen. Leerkrachten lezen het prentenboek vooraf interactief voor. Daarna organiseert de bib samen met de leerkracht een uitdeelmoment, op school of in de bib. Ouders kunnen daar kennismaken met het bibliotheekaanbod en tips krijgen om thuis voor te lezen. Iedereen Leest ondersteunt bibliotheken en scholen met onder meer een online leermodule, vormings- en netwerkdagen en webinars. In het schooljaar 2026-2027 doen 96 bibliotheken en 580 scholen mee, samen goed voor meer dan 20.500 kinderen.
Uitdeelmoment dat blijft hangen
Een boek uitdelen is pas het begin. Om ouders bij het verhaal te betrekken en het leesplezier mee naar huis te geven, is een doordachte aanpak belangrijk. Bibliotheken die Boekstart voor kleuters tijdens de pilootfase uitprobeerden, deelden hun ervaringen en praktische tips.
Maxim De Beule, diensthoofd van de bibliotheek in Waasmunster, vertelde hoe hij kinderen en ouders stap voor stap bij het boek betrekt. ‘De klassen werken doorheen de week rond het boek’, legde hij uit. ‘Op het einde van de week gaan de kinderen in de bib op zoek naar een verstopt exemplaar. Als dat gevonden is, lees ik het interactief voor. Ouders volgen mee en krijgen achteraf uitleg over interactief voorlezen.’ Zijn ervaring leert dat een uitdeelmoment kort en laagdrempelig moet blijven. ‘Mik op twintig tot dertig minuten, met een voorleesmoment en bijvoorbeeld een zoektocht.’ Ook het tijdstip maakt verschil: sommige bibliotheken bereiken meer ouders op woensdagmiddag, wanneer ze hun kinderen ophalen, andere organiseren een pyjamamoment om 18 uur. Een tip uit Hasselt: laat niet twee klassen tegelijk deelnemen aan een interactief voorleesmoment. Met een kleinere groep komt het verhaal beter tot zijn recht.
Bart Debruyne van de bib van Poperinge vertelde in Roeselare over zijn ervaringen met Boekstart voor kleuters sinds de pilootjaren.
Hij schetste vooral het belang van een goede rolverdeling tussen school en bib. ‘Beschrijf vooraf goed de wederzijdse verwachtingen.’ is zijn advies. En als je een grote betrokkenheid van de ouders wil, communiceer niet één of twee keer over het uitdeelmoment maar blijf hen aanspreken. Een laatste goede raad: lees niet voor aan een grote groep. Dan lukt interactief voorlezen niet.
Een goede voorbereiding helpt om ook leerkrachten te betrekken. Drissia Mahhou van de bibliotheek in Knokke-Heist raadt aan om twee à drie weken rond het boek te werken in de klas, gekoppeld aan een thema. Ook ontwikkelde ze een inspiratierugzak met een prentenboek, een schriftje, een knuffel en uitleg in verschillende talen. ‘Elke klas kreeg een rugzak die gedurende het schooljaar telkens met een ander kind mee naar huis ging’, vertelde ze. ‘Kinderen konden na het voorlezen een tekening maken in het schriftje. De goedgevulde schriftjes toonden hoe enthousiast gezinnen ermee aan de slag gingen. Zo kreeg het boek thuis een plek.’