Boekstart-inspiratiedagen: samen lezen begint al bij de allerkleinsten

Boekstart-inspiratiedagen 26

Hoe bereik je gezinnen die niet vanzelf naar de bibliotheek komen? En hoe zorg je ervoor dat de boeken die baby’s en peuters meekrijgen ook thuis worden opengeslagen? Tijdens de Boekstart-inspiratiedagen in oktober kwamen bibliotheekprofessionals op vier locaties samen. Met lezingen, praktijkvoorbeelden en workshops ontdekten ze hoe ze jonge kinderen en hun ouders warm kunnen maken voor boeken, binnen én buiten de bibliotheek.

Boekstart in beweging

Boekstart-collega’s Els en Lotte openden de inspiratiedagen met nieuws en plannen. Zo werkte Boekstart aan een pakket voor blinde en slechtziende kinderen en worden boeken vertaald naar Vlaamse Gebarentaal. Ook de inhoud van het babypakket en het peuterpakket van 2027 en de privacyvoorschriften voor herinneringskaartjes kwamen aan bod. Die kaartjes tonen hoe een kleine ingreep een groot verschil kan maken. In gemeenten die ouders eraan herinneren dat ze het peuterpakket kunnen ophalen, steeg het gemiddelde bereik van 36 naar 50,4 procent.

Hoe boeken de taalontwikkeling voeden

Een boek mee naar huis geven is de eerste stap. Maar waarom is het zo belangrijk om al vroeg met taal bezig te zijn? En hoe kunnen ouders en begeleiders de taalontwikkeling van jonge kinderen ondersteunen? Verschillende sprekers belichtten de rol van voorlezen en taalrijke interacties.

Ellen Rombouts, professor logopedie aan KU Leuven, nam de deelnemers in Brussel en Hasselt mee in de taalontwikkeling van jonge kinderen. ‘We worden geboren met een ingebakken taalvermogen, maar dat heeft voeding uit de omgeving nodig’, vertelde ze. Baby’s leren al vroeg ritmes en patronen in taal herkennen. Vanaf ongeveer zes maanden begrijpen ze ook hun eerste woorden. Prentenboeken ondersteunen dat proces: wie elke dag een prentenboek voorleest, biedt een kind op jaarbasis tot 78.000 woorden extra aan.’

Samen lezen is dus niet alleen gezellig, het ís taalontwikkeling. Dat betekent niet dat voorlezers voortdurend vragen stellen om te controleren of een kind het verhaal begrijpt. In Roeselare vertelde Lisandre Bergeron-Morin, projectmedewerker bij expertisecentrum VBJK en de Brusselse kinderopvangorganisatie Elmer, hoe begeleiders taalontwikkeling juist kunnen stimuleren door te benoemen wat ze samen zien en aan te sluiten bij de ervaringen van kinderen. ‘Je kan taal leren vergelijken met propjes die zich opstapelen in je oor’, legde Lisandre uit. ‘Zodra er genoeg inzitten, vallen ze vanzelf weer uit je mond. Kinderen verzamelen woorden en taalervaringen tot ze die zelf beginnen te gebruiken. Dat kan met een boek, maar ook een reclamefolder of een krantje kan een gesprek op gang brengen.’

Ook de taal waarin ouders met hun kinderen praten, speelt een belangrijke rol. In Antwerpen ging Julie Daelman van de werkgroep Partners in Meertaligheid van Foyer vzw in op de rol van bibliotheken voor meertalige gezinnen. Haar boodschap: ouders ondersteunen hun kinderen het best in de taal die ze zelf goed beheersen. Een stevige basis in de thuistaal helpt kinderen ook om andere talen te leren. ‘Ons brein is een soort ijsberg: wat je van een taal ziet, is maar een klein deel van de kennis die eronder zit’, vertelde ze. ‘Kinderen nemen bijvoorbeeld grammaticale regels en andere taalvaardigheden mee van de ene taal naar de andere.’ Ook verhalen vertellen, zingen en illustraties bespreken in de thuistaal zijn waardevolle taalrijke momenten. Bibliotheken kunnen gezinnen daarin ondersteunen door verschillende talen zichtbaar welkom te heten.

Boeken vinden hun weg naar gezinnen

Niet elk gezin vindt vanzelf de weg naar boeken of de bibliotheek. Daarom brengen bibliotheken boeken naar plekken waar ouders en kinderen al komen. Vanuit Boekstart startte de bib van Brugge een samenwerking met AZ Sint-Lucas, dat peuterpakketten aan gezinnen kan uitdelen. Voorlezer Inge Umans kwam er ook al verhalen vertellen op de afdeling pediatrie. ‘Intussen groeide het initiatief uit tot een samenwerking met meerdere ziekenhuizen’, vertelde bibliotheekmedewerker Marilyne Watteeuw. ‘We vulden collecties in wacht- en speelruimtes aan, zodat kinderen en hun ouders er boeken kunnen ontdekken en even tot rust kunnen komen. Daarnaast willen we voorleessessies organiseren met vaste vrijwilligers.’

In Aalst ontwikkelde bibliotheek Utopia Vertelstof-koffers om interactief voorlezen toegankelijker te maken. Elke koffer bevat boeken rond een thema, spelmateriaal en een inspiratiegids met praktische tips. Op die manier kunnen begeleiders kinderen actief bij een verhaal betrekken en er nadien samen mee spelen. Kinderdagverblijven en kleuterklassen kunnen de koffers acht weken lenen.

In Brussel ligt de nadruk op plekken waar ouders vanzelf al komen. Stijn Callewaert en Lotte Veuchelen bouwden vanuit een Erasmus+-project een netwerk uit met onder meer kinderdagverblijven, scholen, LIGO, Huizen van het Kind, Foyer, sportverenigingen, wijkgezondheidscentra en bibliotheken. Een van de initiatieven is de passagebibliotheek: een uitleenpunt op vertrouwde plekken, zoals kinderdagverblijven en onthaalklassen. ‘Jonge ouders hebben het druk en een bezoek aan de bibliotheek past niet altijd in hun planning’, zei Lotte. ‘Ouders waarderen het dat er op een vertrouwde plek een boek klaarligt.’ Zo wordt lezen een vanzelfsprekender onderdeel van de dag, zonder dat gezinnen er een extra uitstap voor hoeven te plannen.’

Hoe veranker je Boekstart?

Hoe zorg je ervoor dat gezinnen ook na die eerste kennismaking met boeken blijven lezen en de weg naar de bibliotheek vinden? Tijdens een ervaringsuitwisseling bespraken bibliotheekmedewerkers hoe ze Boekstart zichtbaar houden voor lokale besturen en via samenwerking meer gezinnen bereiken.

We hoorden in Roeselare meer over het Boekstart-ontbijt in de bib van Evergem - een moment voor jonge ouders om met hun baby in alle rust samen te komen, wat te babbelen en geïnformeerd te worden over het belang van warme interactie en een vroege start met boekjes. Ook peuters@debib groeide uit tot een vaste waarde. Hun advies: hou vol, blijf ouders uitnodigen en je zal zien, jonge ouders vinden de weg en je bereik groeit.

In Duffel merkt de bibliotheek dat meer ouders hun kind lid maken dankzij Boekstart. De medewerkers benadrukken dat het lidmaatschap gratis is en dat ouders niet verplicht zijn boeken mee naar huis te nemen. De bib is ook een plek om samen te lezen en rustig rond te kijken: sommige ouders blijven met hun kind een uur in de kinderhoek zitten. Zulke ervaringen helpen om de meerwaarde van Boekstart zichtbaar te maken voor lokale besturen. Ook de Vlaamse subsidies maken het initiatief financieel haalbaarder voor gemeenten. Toch blijft die verankering kwetsbaar. In Kapelle-op-den-Bos helpt de engagementsverklaring om Boekstart op de agenda van het college te houden, maar bij een nieuwe legislatuur kunnen de prioriteiten verschuiven. Ook tijdens besparingsrondes moeten bibliotheken het belang van het initiatief blijven aantonen.

Lokale partners kunnen daarbij helpen. In Herentals werkt de bibliotheek samen met de stedelijke dienst Gelijke Kansen, die al veel contacten heeft met meertalige inwoners. Zo’n vertrouwd gezicht kan de drempel naar de bib verlagen. In Balen brengt de bibliotheek sinds de corona-periode peuterpakketten thuis bij gezinnen die ze niet kwamen ophalen. Sommige ouders keren nadien terug en leren zo de bibliotheek kennen. In Aalter overlegt de bibliotheek jaarlijks met de consultatiebureaus. Die terugkerende contacten bieden kansen om boeken te introduceren, naar de noden van gezinnen te luisteren en te bespreken waar extra ondersteuning nodig is. Zo groeit Boekstart uit tot meer dan een pakket: het wordt een vertrekpunt voor duurzame samenwerking rond boeken, taal en jonge kinderen.

In Hasselt kwam de Nederlandse Michelle Oolders als gastspreker - Boekstart-coach en Lees-en mediaconsulent in bibliotheek Midden-Brabant. Ook al kennen we de functie van Boekstart-coach niet in Vlaanderen, is het leerrijk te horen hoe zij gezinnen in het consultatiebureau benaderen. Ouders appreciëren de persoonlijke aandacht en krijgen advies op maat over voorlezen en het plezier dat je samen beleeft aan een voorleesmoment.

Boekstart voor kleuters: een volgende stap

De aandacht voor boeken stopt niet na de peutertijd. Met Boekstart voor kleuters wil Iedereen Leest leesplezier en taalontwikkeling verder stimuleren wanneer kinderen naar school gaan. Na twee pilootjaren en twee jaar met een groepsaankoop kwam er groen licht om het derde pakket de komende vier jaar verder te ontwikkelen dankzij middelen uit de Vlaamse actienota Ieder kind taalheld.

Zoë Gulinck, verantwoordelijke voor monitoring en evaluatie, lichtte de werking en cijfers toe. Boekstart voor kleuters draait om meer dan een boek uitdelen. Leerkrachten lezen het prentenboek vooraf interactief voor. Daarna organiseert de bib samen met de leerkracht een uitdeelmoment, op school of in de bib. Ouders kunnen daar kennismaken met het bibliotheekaanbod en tips krijgen om thuis voor te lezen. Iedereen Leest ondersteunt bibliotheken en scholen met onder meer een online leermodule, vormings- en netwerkdagen en webinars. In het schooljaar 2026-2027 doen 96 bibliotheken en 580 scholen mee, samen goed voor meer dan 20.500 kinderen.

Uitdeelmoment dat blijft hangen

Een boek uitdelen is pas het begin. Om ouders bij het verhaal te betrekken en het leesplezier mee naar huis te geven, is een doordachte aanpak belangrijk. Bibliotheken die Boekstart voor kleuters tijdens de pilootfase uitprobeerden, deelden hun ervaringen en praktische tips.

Maxim De Beule, diensthoofd van de bibliotheek in Waasmunster, vertelde hoe hij kinderen en ouders stap voor stap bij het boek betrekt. ‘De klassen werken doorheen de week rond het boek’, legde hij uit. ‘Op het einde van de week gaan de kinderen in de bib op zoek naar een verstopt exemplaar. Als dat gevonden is, lees ik het interactief voor. Ouders volgen mee en krijgen achteraf uitleg over interactief voorlezen.’ Zijn ervaring leert dat een uitdeelmoment kort en laagdrempelig moet blijven. ‘Mik op twintig tot dertig minuten, met een voorleesmoment en bijvoorbeeld een zoektocht.’ Ook het tijdstip maakt verschil: sommige bibliotheken bereiken meer ouders op woensdagmiddag, wanneer ze hun kinderen ophalen, andere organiseren een pyjamamoment om 18 uur. Een tip uit Hasselt: laat niet twee klassen tegelijk deelnemen aan een interactief voorleesmoment. Met een kleinere groep komt het verhaal beter tot zijn recht.

Bart Debruyne van de bib van Poperinge vertelde in Roeselare over zijn ervaringen met Boekstart voor kleuters sinds de pilootjaren.

Hij schetste vooral het belang van een goede rolverdeling tussen school en bib. ‘Beschrijf vooraf goed de wederzijdse verwachtingen.’ is zijn advies. En als je een grote betrokkenheid van de ouders wil, communiceer niet één of twee keer over het uitdeelmoment maar blijf hen aanspreken. Een laatste goede raad: lees niet voor aan een grote groep. Dan lukt interactief voorlezen niet.

Een goede voorbereiding helpt om ook leerkrachten te betrekken. Drissia Mahhou van de bibliotheek in Knokke-Heist raadt aan om twee à drie weken rond het boek te werken in de klas, gekoppeld aan een thema. Ook ontwikkelde ze een inspiratierugzak met een prentenboek, een schriftje, een knuffel en uitleg in verschillende talen. ‘Elke klas kreeg een rugzak die gedurende het schooljaar telkens met een ander kind mee naar huis ging’, vertelde ze. ‘Kinderen konden na het voorlezen een tekening maken in het schriftje. De goedgevulde schriftjes toonden hoe enthousiast gezinnen ermee aan de slag gingen. Zo kreeg het boek thuis een plek.’

Een prentenboek, veel leerdoelen

Ook in de klas kan een prentenboek veel in gang zetten. Geertje Bluekens, educatief medewerker bij Iedereen Leest, liet zien hoe bibliotheken leerkrachten kunnen ondersteunen via boeken, onder meer met de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs. Die gelden voor alle onderwijsnetten en worden door scholen en onderwijskoepels vertaald naar leerplan- en lesdoelen. ‘In het nieuwe curriculum krijgen Nederlands en wiskunde extra aandacht, met een sterke focus op kennis’, vertelde Geertje. ‘Ook literatuur heeft een vaste plek gekregen binnen de minimumdoelen Nederlands.’ Voor bibliotheken biedt dat kansen om hun expertise in te zetten en leerkrachten te ondersteunen.

Kleuters leren onder meer interactief met verhalen omgaan, rijm herkennen en gedachten en gevoelens verwoorden. Ook kennismaken met auteurs en illustratoren en ontdekken wat de titel en de kaft over een boek vertellen, horen bij de minimumdoelen. Verder kan één prentenboek meerdere leerdoelen ondersteunen, van Nederlands tot muzische vorming, lichamelijke opvoeding en techniek. Tijdens de sessie onderzochten de deelnemers zelf hoe dat werkt. In groepjes bekeken ze de geselecteerde boeken van Leesjury-start en bespraken ze welke minimumdoelen ermee aan bod konden komen. Heb jij misschien Olifant gezien? uit het pakket voor kleuters leent zich bijvoorbeeld om zinnen te herhalen, verstoppertje te spelen en beweging in het verhaal te brengen.

Van inspiratie naar actie

Van voorlezen in het ziekenhuis tot een boek dat mee naar huis gaat: de inspiratiedagen toonden hoe bibliotheken boeken nog dichter bij jonge gezinnen kunnen brengen. Met concrete ideeën en inzichten uit onderzoek kunnen ze ouders stimuleren om thuis samen te lezen, leerkrachten inspireren en lokale partners bij Boekstart betrekken. Zo krijgen meer kinderen de kans om via boeken hun taal te ontwikkelen en de wereld te ontdekken.